Verblijfsregeling

Bezoekrecht, contactrecht, recht op persoonlijk contact

Bij een scheiding worden de termen contactrecht, bezoekrecht of recht op persoonlijk contact vaak door elkaar gebruikt. “Recht op persoonlijk contact” is de moderne term. Bij ouders die niet samenwonen, maar wel samen het ouderlijk gezag uitoefenen, wordt het contact met hun kind geregeld via de verblijfsregeling.

Wordt het ouderlijk gezag exclusief door één ouder uitgeoefend, dan heeft de andere ouder een recht op persoonlijk contact met het kind. Dit kan hem enkel om bijzondere redenen worden geweigerd.

Verblijfsregeling

Oefenen de ouders samen het ouderlijk gezag uit, maar wonen zij niet samen, dan moet er een verblijfsregeling worden uitgewerkt voor hun gemeenschappelijke kinderen.

Bemiddeling laat toe de verblijfsregeling op een creatieve manier in te vullen in het belang van zowel de kinderen als hun ouders. Naast de klassieke week/week regelingen of een weekend om de 14 dagen, zijn er nog heel wat andere mogelijkheden denkbaar op voorwaarde dat het belang van het kind steeds voorop staat.

Uw bemiddelaar zal deze verblijfsregeling bij een echtscheiding door onderlinge toestemming opnemen in de familierechtelijke overeenkomst. Maar ook in andere situaties zal hij de gemaakte afspraken op papier zetten.

Bij de besprekingen over de verblijfsregeling zal steeds rekening worden gehouden met de mening van het kind. De verblijfsregeling belangt hem immers rechtstreeks aan. Daarom zal uw bemiddelaar er naar streven om vanaf een zekere leeftijd een gesprek te hebben met uw kind om te polsen naar zijn of haar ideeën en verwachtingen.

Wie kan er nog meer recht op persoonlijk contact hebben ?

Naast de ouders kunnen ook andere personen recht hebben op persoonlijke contacten met het kind. Het gaat hier bijvoorbeeld om de grootouders, tantes en nonkels, broers en zussen, de biologische vader, de lesbische meemoeder, de homosexuele meevader,  de oorspronkelijke grootouders na adoptie van het kind,…

Voor grootouders volstaat het dat zij grootouder zijn om een recht op persoonlijk contact te krijgen. De andere personen moeten bewijzen dat zij met het kind een bijzonder affectieve band hebben. Sowieso zal de rechter het recht op persoonlijk contact enkel toekennen als dit ook effectief in het belang van het kind is.