Ouderlijk gezag

Wat is ouderlijk gezag?

Elke ouder oefent in principe het ouderlijk gezag uit over zijn minderjarige kinderen. Dit betekent dat hij zowel beslissingen over de persoon van het kind als over zijn goederen kan nemen. Het beheer van de goederen van de minderjarige is in de praktijk meestal beperkt tot het beheer van zijn spaargeld. Toch kunnen kinderen via een erfenis of schenking over een aanzienlijk kapitaal beschikken. De ouders moeten bij de meerderjarigheid van het kind verantwoording afleggen over hun beheer.

Oefenen beide ouders samen het ouderlijk gezag uit, dan nemen zij deze beslissingen in onderling overleg. Komen zij niet tot een akkoord, dan kunnen zij hun twistpunt aan de rechter voorleggen.

De specifieke invulling van de gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag na echtscheiding zal door de bemiddelaar op het einde van de rit worden vastgelegd in een overeenkomst. Deze overeenkomst kan door de rechter gehomologeerd worden. Zo heeft u een stok achter de deur wanneer de andere ouder de gemaakte afspraken niet nakomt.

Aan de uitoefening van dit recht op persoonlijk contact kunnen bepaalde modaliteiten worden verbonden. Bijvoorbeeld de aanwezigheid van de grootouders, enkel in een neutrale bezoekruimte, het kind mag niet blijven overnachten, het contact moet steeds bij het kind thuis doorgaan in aanwezigheid van de ouder van het kind,… 

Hoederecht

Soms wordt nog gesproken over het hoederecht. Dit verwijst naar vroegere tijden, toen de uitoefening van het ouderlijk gezag na echtscheiding uitsluitend aan één van de ouders (meestal de moeder) werd toegekend. Deze ouder kon dan zonder toestemming van de andere ouder alle belangrijke beslissingen over de persoon en over de goederen van het kind nemen.

Wordt tegenwoordig een dergelijke maatregel genomen (in zeer uitzonderlijke omstandigheden), dan spreekt men van de “exclusieve uitoefening van het ouderlijk gezag” door een van beide ouders.

Exclusieve uitoefening ouderlijk gezag

Wanneer slechts één ouder het ouderlijk gezag uitoefent, spreekt men van de “exclusieve uitoefening van het ouderlijk gezag”. In de praktijk komt dit zelden voor. 

Dit is bijvoorbeeld mogelijk wanneer één ouder:

  • zich in mentale toestand bevindt waarin hij niet in staat is beslissingen te nemen
  • zich aansluit bij een sekte
  • … 

Het feit dat een ouder vaak of zelfs permanent in het buitenland verblijft, is op zich geen reden om over te stappen naar een exclusief ouderlijk gezag. Door de moderne communicatiemiddelen blijft overleg immers nog steeds mogelijk.

De ouder die het ouderlijk gezag niet uitoefent, heeft wel het recht om persoonlijke contacten te hebben met zijn kind. Dit kan hem enkel om bijzonder ernstige redenen worden geweigerd.